Bangalore is thuis, België is waar mijn kinderen wonen.
Els Verfaillie en Carl Dujardin vertrokken in 1996 naar India met twee koffers en een businessplan. Bijna dertig jaar later is Bangalore geen avontuur meer. Het is waar hun leven zit.
Het is donderdagnamiddag in Bangalore. De thermometer geeft 38 graden aan. Voor deze miljoenenstad - ooit fris en groen, vandaag een uitpuilende metropool met meer inwoners dan heel België - is dat ondertussen normaal. De files zijn legendarisch, de bouwkranen alomtegenwoordig en overal verrijzen nieuwe techcampussen naast oude koloniale bungalows. Meer dan vijfhonderd tech multinationals hebben er hun basis en dat maakt van Bangalore het Silicon Valley van Azië. Wie er voor het eerst aankomt, wordt overweldigd. Wie er al decennia woont, is het ondertussen gewend.
Els zit aan haar bureau bij XSYSYS Technologies, het softwarebedrijf dat ze met haar man Carl oprichtte en dat vandaag, vanuit Bangalore, industriële klanten wereldwijd helpt bij veiligheid, compliance en risicobeheer. Ze spreekt zonder nostalgie over de beginjaren. Geen romantisering, noch zelfbeklag. Alleen die bijna vanzelfsprekende West-Vlaamse nuchterheid: er was een probleem, we hebben een oplossing gezocht, en het is goed gekomen.

Een crisis als startschot
In de jaren negentig richtte hun bedrijf zich op software voor beheer van winkelrekken en productcatalogi, voor klanten zoals Nestlé. Maar net op dat moment begonnen grote banken en verzekeringsmaatschappijen eigen IT-afdelingen op te bouwen en die konden gegeerde IT-profielen bieden wat een kleine kmo in Kortrijk niet kon: hoge salarissen, een bedrijfswagen, zekerheid. “Een klein kind ziet dat dat aantrekkelijk is. Ik zou ook vertrekken”, zegt Els met een lach. Ze zagen hun team zienderogen slinken.
De oplossing kwam uit een onverwachte hoek: Carl las in Trends magazine over Bangalore en de opkomst van softwarebedrijven in wat langzaam het Silicon Valley van Azië werd. In Brussel vond toevallig een roadshow plaats van Indiase softwarebedrijven. Carl ging luisteren, raakte in gesprek met TCS, en kwam thuis met een idee: outsourcing, lang voor dat woord gemeengoed was. Maar outsourcen bleek ingewikkelder dan gedacht. De Indiase ontwikkelaars kenden de wereld van Europese supermarkten niet.
Hoe leg je de logica van een supermarkt uit aan mensen voor wie een winkel een garagepoort is die omhooggaat, met wat groenten en zakken rijst eronder? De culturele kloof bleek groter dan verwacht. Een vraag stellen en een bevestigend antwoord krijgen betekende lang niet altijd dat het begrepen was. “Dus dan zeggen ze ja. Maar ja betekent niets. Dat hoofdwiebelen kan van alles en niets betekenen.” Twee jaar later namen ze de beslissing: na hun huwelijk in september zouden ze vertrekken. Ze kochten het hoogstnoodzakelijke en ze zijn gewoon gegaan.
Overleven en heruitvinden
De opstart was zoeken op alle fronten tegelijk. Rekruteren in India bleek een wereld apart: cv’s waren zwaar aangedikt, rekruteringsbureaus bestonden er nauwelijks, en wie een vacature plaatste met een eigen e-mailadres kreeg op twee dagen tijd vijfduizend kandidaturen over zich heen. Er waren momenten van echte twijfel. “We vroegen ons vaak af: waar zijn we aan begonnen?”
Maar ze waren samen. Als de ene het moeilijk had, trok de andere die weer op. Een tandem, altijd. De eerste stabilisatie kwam via ISO-certificering: door structuur en vaste processen groei mogelijk maken zonder telkens het wiel opnieuw uit te hoeven vinden. Het bedrijf groeide niet hard. Het groeide beter. Het grote keerpunt op klantengebied kwam onverwacht, op een kinderfeestje. Els en Carl ontmoetten er een West- Vlaming die als Shell-expat in Bangalore woonde. Dat toevallige gesprek zou meer waard blijken dan welke prospectie ook. “Dat is allemaal hier in Bangalore zelf gebeurd. Niet vanuit België”, verzekert Els.
Toen covid de wereld platlegde, schakelden ze van de ene dag op de andere om en bouwden een nieuw systeem op met laptops, VPN’s en Teams. Die gedwongen reset bracht ook een nieuw businessmodel met zich mee: digitale inspecties voor industriële klanten wereldwijd.
Het Vlaamse familiebedrijf in India
XSYSYS telt vijftien mensen. Sommigen werken er al vijfentwintig jaar. In de Indiase IT-sector is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Els en Carl hebben hun mensen geleerd om vragen te stellen, problemen te benoemen en mee te denken. In veel Indiase bedrijven zwijg je, onderga je en wacht je tot de baas spreekt. “Ik zeg altijd: wij zijn een team”, zegt Els. “Geen baas, geen onderschikten.” Werknemers die elders zijn gaan werken, zeggen achteraf dat ze de hechtheid missen. “Ik denk dat wij die West-Vlaamse mentaliteit geïmporteerd hebben.”
Wortel schieten
Wanneer werd Bangalore thuis? Els lacht. “Mijn man had altijd gezegd: twee jaar. Dat zijn er ondertussen bijna dertig geworden.” Er was geen bewust moment. Het liep allemaal vanzelf. De kinderen werden in België geboren, maar verhuisden als baby mee naar India. Ze groeiden op tussen twee werelden: er waren de Indiase buren in hun wijk en internationale vrienden op school, maar thuis werd er Nederlands gesproken en Belgisch gekookt. Op een bepaald moment besloot Els haar sociale leven niet langer op expats te richten - steeds nieuwe gezichten die na twee of drie jaar weer verdwenen - en de vriendschappen die ze met haar Indiase buren sloot, zijn vriendschappen gebleven. “Bangalore is niet iets wat je ondergaat, het is iets dat je wordt. Ik ben veranderd als persoon. En ik kan moeilijk terug naar wie ik vroeger was.”
De Vlaming zonder consulaat
Al tien jaar is Els vertegenwoordiger voor Vlamingen in de Wereld in Bangalore. Niet omdat ze moet, maar omdat iemand die rol op zich moet nemen, sinds er geen Belgisch consulaat meer is in de stad. Daarvoor werkt ze nauw samen met het kantoor van Flanders Investment & Trade (FIT) in Bangalore, dat Vlaamse bedrijven ondersteunt bij hun internationale ambities. “Als er studenten in de problemen mochten geraken, dan weten ze tenminste wie ze kunnen contacteren”, stelt Els gerust.
Tussen twee werelden
Uiteindelijk dient het pensioen zich aan en dan kiezen ze allicht terug voor Vlaanderen, waar de kinderen en de familie zijn. Maar voorlopig is Bangalore de plek waar hun leven is. Tot slot geeft Els nog graag een tip mee aan Vlamingen die in het buitenland willen ondernemen: “Ga er niet naartoe met de gedachte dat je alles weet. Leer vragen stellen. Maak geen assumpties. En zorg dat je samen bent, want als je het alleen moet doen, wordt het heel moeilijk.” Als je Els vraagt waar ze thuis is, zegt ze: “Dat weet ik niet precies. Als ik lang in België ben, mis ik India en als ik lang in India ben, mis ik België.” Ze zwijgt even. “Bangalore is thuis, België is waar mijn kinderen wonen.” Ik voel mij nog altijd Vlaming,” vervolgt ze, “maar ik verkies de Indiase Els. Die heeft meer geduld. Die Els weet dat het altijd goed komt. Het duurt misschien wat langer, maar het komt goed.”
---
Els Verfaillie en Carl Dujardin zijn te bereiken via xsysys.com