Ziek onder de zon?
'Bijna 15.000 mensen ontvangen een Belgische ziekte-uitkering, maar wonen niet in België' kopten de kranten onlangs. 'Belastinggeld op een Spaans strand' en 'profiteurs in de zon', vulden de commentaren vlijmscherp aan. Maar wie zijn de mensen achter dat getal? En waarom zitten ze in het buitenland? Kent VIW die mensen? En kennen zij VIW?
Een groep die snel groeit
De cijfers zijn op zijn minst opvallend. Van de ruim 576.000 werknemers en zelfstandigen die momenteel een Belgische ziekte-uitkering ontvangen, wonen er 14.713 buiten de Belgische landsgrenzen. Dat is 2,5 procent van het totaal - op het eerste gezicht een kleine minderheid - maar in vijf jaar tijd groeide die groep met 58 procent, terwijl het absolute aantal langdurig zieken met 22 procent toenam. Hoe opmerkelijk is dat? En hoe komt dat?
Frankrijk is de populairste verblijfsplaats met 6.637 uitkeringsgerechtigden, gevolgd door Spanje (1.880) en Nederland (1.434). Turkije, Portugal, Italië en Duitsland vervolledigen de lijst. Zeven op de tien zijn ook ouder dan vijftig. En de mannen vormen een kleine meerderheid van de langdurig zieken in het buitenland. Ook dat is eigenaardig: in België geldt net het omgekeerde, waar zes op de tien vrouw is.
De cijfers kreeg ik rechtstreeks van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Helaas ontbreekt nog altijd een gezicht, een profiel, een type. In de pers wijst een ziekenfonds erop dat in deze groep ook grensarbeiders kunnen zitten: mensen die in Frankrijk of Nederland wonen, maar jarenlang in België werkten en sociale bijdragen betaalden. Voor hen is het logisch dat de Belgische schatkist hun uitkering betaalt.
Anderen zijn misschien na een carrière in ons land naar hun land van herkomst of het land van hun andere nationaliteit teruggekeerd. Maar misschien zijn het ook gewoon Vlamingen die bewust de stap zetten naar het buitenland? Met de uitkering als inkomen? Of om er betere omstandigheden te zoeken om hun ziekte te ondergaan?
Nog meer vragen, nog minder antwoorden
Weten we aan welke aandoeningen deze mensen lijden? Weten we wie buitenlander, bipatride, Belg, Vlaming, Brusselaar of Waal is? Weten we of ze in het buitenland een stabiele gezinssituatie hebben of ze daarentegen alleen, kwetsbaar of geïsoleerd zijn? Weten we hoe goed de medische opvolging in de praktijk verloopt? Naar verluidt kan een Belgisch ziekenfonds een buitenlandse instantie vragen een medische controle uit te voeren. Maar hoe consequent dat gebeurt, en hoe die verslagen worden opgevolgd, blijft onduidelijk. Als de controle op Belgische bodem al moeizaam verloopt, wat mogen we dan verwachten wanneer er duizenden kilometers tussen patiënt en adviserende arts liggen? En is er geen wezenlijk verschil tussen Europa en niet-Europa? Maar zelfs in Europa?
Onze vraag aan de sector
Vlamingen in de Wereld volgt deze kwestie met meer dan academische interesse. Wij roepen het RIZIV en de ziekenfondsen op om grondig te onderzoeken wie deze mensen zijn. Niet om fraude te zoeken, maar om te begrijpen wie die kwetsbaren zijn die tussen de complexe mazen van het net van Belgische administratie en buitenlandse gezondheidszorg vallen. Want die mensen bestaan. En ze verdienen beter dan een krantenkop.